Was
Dongeradeel in 2006 de eerste gemeente die een abonnement op het Toetsprotocol
CKB onlineÒ afsloot, deze week verraste deze gemeente de
collega’s in de rest van het land met een boekje over het
Omgevingsvergunningvrij bouwen. Onder het motto kennis delen plaatsen we deze
graag op BWTinfo. Met dank en complimenten aan de collegae in het hoge noorden,
die dit boekje beschikbaar stellen aan iedereen!
Kennis halen en brengen is steeds het motto geweest van de Vereniging
Bouw- en Woningtoezicht. Gebruik maken van dit product uit Dokkum past daarin
prima. We pleiten echter heel nadrukkelijk voor tweerichtingverkeer. Daarmee
bedoelen we het volgende. In de inleiding van het boekje legt de gemeente aan
de gebruikers – burgers en ondernemers, maar wellicht ook menig ambtenaar...? –
uit dat het vergunningvrij bouwen met de komst van de
Wabo is geregeld via het Bor en vervolgt dan:
“Het
Bor is best lastig te lezen en nog lastiger om volledig te begrijpen. Wij
hebben daarom
geprobeerd dit te vertalen. Wij zullen eerst iets
vertellen over de omgevingsvergunning.
Daarna over
hoe het Bor is opgebouwd. Ook zullen we de belangrijkste begrippen uit het
Bor
uitleggen. En ten slotte zullen wij met tekeningen de regel meest relevante
“vrije”
bouwwerken uitleggen. Als bijlage is ook de wettekst
en de toelichting van het Bor
opgenomen.
Wij hopen
met deze folder een begrijpelijke vertaling van deze moeilijke regels te hebben
gemaakt. Maar ook nu kan het nog best lastig zijn. Wij geven u het advies om
bij twijfel altijd even contact op te nemen met het Team Bouwzaken en Milieu.
Dat kan door te bellen naar telefoon op nummer XXX, door te mailen naar YYY, of
door even langs te komen bij de balie Bouwzaken en Milieu op het gemeentehuis.
Ook kunt u de vergunningencheck doen op internet op de site http://www.omgevingsloket.nl”
In het
boekje zelf, dat u hier kunt downloaden, staan telefoonnummer en
e-mailadres voluit, maar het kan niet de bedoeling zijn om de collega’s in Dongeradeel
te overladen met vragen en opmerkingen van burgers, ondernemers en ambtenaren
uit heel Nederland. Het is een gemeente met ca. 25.000 inwoners die qua
werkapparaat nevenant bescheiden is. De VBWTN biedt daarom aan voorlopig te
fungeren als verzamelpunt van op- en aanmerkingen op het boekje via info@vereniging-bwt.nl
als u daarbij als onderwerp vermeldt Borboekje.
Wij twijfelen
er niet aan, dat de collegae in Dokkum zeer zorgvuldig te werk zijn gegaan,
maar zoals ze zelf in de inleiding al opmerken: “Het Bor is best lastig te lezen
en nog lastiger om volledig te begrijpen.” Met z’n allen weten we meer en dat kan leiden
tot relevante correcties en aanvullingen, waardoor de voorzet uit Friesland nog
meer betekenis krijgt. Wij zullen met Dongeradeel bekijken hoe binnenkomende
commentaren en vragen het best kunnen worden verwerkt en zullen in geval van
twijfel over de juiste interpretatie van de tekst zo nodig ook contact opnemen
met Vrom. Op deze wijze fungeert de VBWTN in onze ogen exact
conform de doelstelling als forum voor kennisdelen, professionaliseren door van
elkaar te leren.
Vergunningvrij bouwen en welstand
Vergunningvrij
is ook welstandsvrij. Dat wil zeggen: er vindt geen preventieve toets plaats
aan redelijke eisen van welstand. Hooguit kan achteraf op grond van de
‘excessenregeling’ worden opgetreden tegen zaken die apert in strijd zijn met
welstandscriteria. Dat perspectief heeft de laatste anderhalf jaar nogal wat
tongen los gemaakt en was feitelijk de oorzaak van de motie die de Tweede Kamer
vorig jaar aannam om het Bor op dit punt nog danig aan te passen.
Nu de
regels inmiddels vaststaan gaat er opnieuw een golf
van verwondering door het land. Met name de
mogelijkheid om vergunningplichtige bouwwerken te reduceren tot het minimaal
noodzakelijke maar de vergunningvrije toevoegingen gelijktijdig te realiseren
is voor velen een onthutsend gegeven. Daar naast is er nogal wat zorg omtrent de in het Bor gehanteerde scheiding tussen voorzijde
en achterzijde. In gesloten stedelijke bouwblokken is dit onderscheid helder,
maar in het buitengebied is in sommige delen van het land de achterzijde in de
visuele beleving vaak minstens zo aanwezig als de voorzijde.
Op
initiatief van de Federatie Welstand en de VNG vond op 28 mei 2010 een
bijeenkomst in Utrecht plaats, waarin aan de hand van een aantal cases werd
nagegaan welke mogelijkheden er wel en niet zijn om de ruimtelijke kwaliteit
niet het slachtoffer te laten worden van de verruiming van de vergunningvrije
bouw. De uitkomsten van de bijeenkomst, waaraan o.a. door een paar zeer goed in
het onderwerp ingevoerde juristen werd deelgenomen zullen binnenkort via de
organisatoren worden aangeboden aan de gemeenten.
Eén punt
lichten we er op voorhand uit: het vergunningvrij bouwen in gevallen dat
daarvoor ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Vrom wijzigde vorig jaar
de tekst in art. 2.10 lid 4 van het Bor. Daar stond dat in geval van ontheffing
van het bestemmingsplan “... kan een omgevingsvergunning worden verleend in de gevallen bedoeld in art.
2.12.”. In de nieuwe tekst, nu art.2,10 lid 2,
staat echter “... wordt de vergunning slechts geweigerd
indien vergunningverlening met toepassing van art. 2.12 niet mogelijk is.”
Sommigen zien daarin een plicht voor het bevoegd gezag om ontheffingenbeleid
vast te stellen en als je dat niet doet zou de ontheffing moeten worden
verleend...
Zowel uit
het antwoord van de minister op vragen hierover in de Eerste Kamer als in de
uitleg, die zowel de opsteller van deze regelgeving als zijn hooggeleerde
collegae van buiten Vrom vorige week gaven, werd
echter 100 % duidelijk, dat de ‘discretionaire bevoegdheid’ van het college
niet wordt aangetast door deze formulering. Beleidsregels kunnen worden opgesteld krachtens Awb art.
4:81, maar ze zijn niet verplicht. Wel verplicht is het om een beslissing op
ontheffing deugdelijk te motiveren, waarbij het werk scheelt als men kan
verwijzen naar beleidsregels. Ook de ruimte om af te wijken van die
beleidsregels blijft bestaan. De vereiste deugdelijke motivering staat voorop.
Formeel
doet men in zo’n geval geen aanvraag vanwege een
bouwactiviteit, maar vraagt alleen ontheffing van het bestemmingsplan. Volgens
de op 28 mei jl. aanwezige experts zijn op zo’n
aanvraag wel degelijk de indieningsvereisten genoemd in Mor art. 2.3 van
toepassing “... voor zover dat naar het
oordeel van het bevoegd gezag nodig is voor het nemen van de beslissing op de
aanvraag, …”! (Bor art.4.4). Dit is geen achterdeur om alsnog zo’n aanvraag preventief te toetsen aan redelijke eisen van
welstand. Wel kan de beoordeling van de gegevens (waaronder plattegronden,
doorsneden en situatietekening) aanleiding geven om zonodig aanbevelingen aan
de ontheffing te verbinden die moeten voorkomen, dat na realisatie de
excessenregeling moet geactiveerd.