Proportioneel omgevingstoezicht bedrijfsmatige asbestsaneringen

Recent (per 1 juli 2017) is de wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) van kracht geworden die bepaalt dat het gemeentelijk toezicht op (onder andere) gemeentelijke asbestmeldingen, dat wil zeggen  meldingen van bedrijfsmatige asbestsanering aan de gemeente, een taak is voor de omgevingsdiensten.

De Bor vereist daarbij in artikel 7.2 dat de opdracht gevende gemeenten een  ‘uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid [vaststellen] waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst worden uitgevoerd’.1 

Voor de gemeente Den Haag was dit aanleiding om Crisislab te vragen om bouwstenen aan te leveren voor het op te stellen proportioneel uitvoerings- en handhavingsbeleid voor het omgevingstoezicht op bedrijfsmatige asbestsanering. Omgevingsdienst Haaglanden is voor de gemeente Den Haag belast met de uitoefening van het omgevingstoezicht. Onder ‘proportioneel’ verstaan we dat de kosten en baten van het toezicht in een redelijke verhouding tot elkaar staan. Wat redelijk is kan gekwantificeerd worden op basis van de gebruikelijke normen daarvoor zoals die bijvoorbeeld door de Gezondheidsraad zijn voorgesteld. Daaronder valt bijvoorbeeld dat toezicht bij voorkeur niet dubbel wordt uitgevoerd en dat partijen binnen de eigen verantwoordelijkheid blijven.

 In dit rapport leveren we inzichten op de volgende punten:

  • een (tentatieve) kwantificering van het omgevingsrisico dat asbestverwijdering met zich meebrengt,
  • daarmee een inschatting van wat een redelijke inspanning is voor een toezichthouder en
  • een beschrijving van mogelijke wijzen waarop daar effectief en efficiënt toezicht op kan worden gehouden.  

1 Besluit omgevingsrecht (1 juli 2017). Artikel 7.2 uitvoerings- en handhavingsbeleid. 

Bron: Gemeente Den Haag 07-11-2018