Directeur Omgevingsdienst belanghebbende bij handhavingsbeslissing asbest

Ingevolge artikel 257ba van het Wetboek van Strafvordering heeft de directeur van de omgevingsdienst (Regionale Uitvoeringsdienst) de bevoegdheid om een strafbeschikking uit te vaardigen, indien iemand wettelijke regels over het verwijderen van asbest overtreedt.

Een instelling die op grond van artikel 20, tweede lid Arbeidsomstandighedenwet is aangewezen als certificerende instelling, mag certificaten uitreiken aan bedrijven, die alsdan gecertificeerd zijn om asbest te verwijderen; deze certificerende instelling kan certificaten ook weer intrekken of schorsen. Voor zover het gaat om het uitreiken, intrekken of schorsen, is de certificerende instelling een bestuursorgaan (een b-orgaan).

 

De directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland heeft een verzoek tot intrekking van een certificaat ingediend bij de certificerende instelling. De certificerende instelling heeft dit verzoek afgewezen. In het besluit op bezwaar heeft de certificerende instelling bepaald dat de directeur niet kan worden aangemerkt als belanghebbende, dat het intrekkingsverzoek dus geen aanvraag is (in de zin van artikel 1:3, derde lid Awb) en dat de afwijzingsbeschikking dus geen beschikking was in de zin van artikel 1:3, tweede lid Awb.


Verder lezen
 

 

 

Bron: Binnenlands Bestuur 30-01-2018