Noorse inetresse in Delftse werkwijze

Op donderdag 22 november hadden we een delegatie van de Noorse regering op bezoek. Ze liet zich door de collega’s van de afdeling VTH Veiligheid informeren over de Delftse werkwijze in het bouwproces.

Overheid en bedrijven
De delegatie stond onder leiding van Niels-Henrik von der Fehr, hoogleraar economie en hoofd van de afdeling economie aan de universiteit van Oslo. De delegatie bestond uit directie- en bestuursleden van de Noorse overheid en verder uit vertegenwoordigers van grote bouwbedrijven, de financiële sector en consultancybedrijven.

Opgevallen
De commissie (delegatie) onderzoekt de bouwregelgeving in Noorwegen en heeft de opdracht om aanpassingen te doen in Noorse wetten en regels. De
werkwijze van Delft in de zogenoemde ‘ private kwaliteitsborging’ was deze commissie opgevallen en daarom wilden ze graag in Delft komen kijken
om er meer over te horen.

Proef
Delft voert een proef uit met deze zogenoemde ‘private kwaliteitsborging’, waarbij de verantwoordelijkheden in de bouw worden gelegd waar ze wettelijk thuishoren. Iedereen die bouwt, is dan zelf verantwoordelijk voor de bouwtechnische staat en voor de constructieve veiligheid van het bouwwerk en moet er niet op vertrouwen dat de gemeente de ontwerpende partijen, zoals de constructeur, controleert.

Eisen
De gemeente toetst bij het verlenen van de vergunning alleen of een plan voldoet aan ruimtelijke eisen en aan de eisen van de welstand maar ook of er
voor de omgeving veilig wordt gebouwd. Bouwinspecteurs houden tijdens de proef wel toezicht op de plannen, maar komen minder vaak op de bouwplaats. Vroeger was dat een keer per week, nu is dat een keer per maand, tenzij er aanleiding is om een vinger aan de pols te houden. De initiatiefnemer is en blijft verantwoordelijk.

Eigen risico
Wie niet volgens de bouwtechnische eisen bouwt, doet dat op eigen risico. Stopleggen van de bouw doet de gemeente in principe niet, tenzij veiligheid
of gezondheid in gevaar komt. Echter, als het gebouw af is maar niet voldoet, mag het niet in gebruik worden genomen. Dat kost de initiatiefnemer aanzienlijk meer dan dat hij tijdens het proces herstelt wat niet voldoet.

Andere situatie
De situatie in Noorwegen is een andere. Daar kent iedere discipline een eigen, dus gescheiden verantwoordelijkheid. Er zijn meer supervisors en de inspecties vinden meer op ‘papier’ plaats. De delegatie heeft met interesse kennisgenomen van de Delftse werkwijze in de proef, die dus (nog) niet in heel Nederland wordt toegepast. Wel trekt de Delftse werkwijze zowel in eigen land en – zoals nu blijkt – ook in het buitenland de aandacht.

Meer weten? Neem dan contact op met Wim Kruf.

Bron: Gemeente Delft 26-11-2018