Drie brancheorganisaties op de bres inzake Wkb

Bouwend Nederland, Vereniging Eigen Huis en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben gezamenlijk, op 30 april jl., een brief aan minister Ollongren aangeboden.

De brancheorganisaties omschrijven drie vereisten alvorens de seinen op groen kunnen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Het eerste vereiste is snel de aanscherping van de aansprakelijkheid van aannemers invoeren.

Er zijn goede redenen hier nu haast mee te maken. De beoogde wijziging staat feitelijk los van de inzet op een beter toezichtstelsel.

Het is in de eerste plaats een reparatie. Op dit moment zijn aannemers niet langer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering over het hoofd worden gezien, gebreken die de bouwconsument wel had kunnen waarnemen. Dat is een vreemde, perverse situatie en moet zo snel mogelijk worden gerepareerd.

In relatie tot de Wkb heeft de wetgever enkel de wijziging van de beoogde aansprakelijkheid als hét middel om aannemers te stimuleren de eigen kwaliteitssystemen te verbeteren en zelf betere kwaliteit aan te tonen. Door de aanscherping van de aansprakelijkheid nu snel in te voeren komt feitelijke informatie beschikbaar over de werking van de prikkel, of het inderdaad gaat doen wat de wetgever verwacht.

Voor toezicht geldt uiteraard proportionaliteit. De intensiteit en wijze waarop moet passend zijn. Hebben aannemers de eigen kwaliteitssystemen op orde dan kan met relatief weinig toezicht worden volstaan. In een dergelijke situatie is systeemtoezicht, controle van benoemde essentiële aspecten in combinatie met steekproeven het meest passend. Een optimaal toezichtstelsel is afgestemd op hoe aannemers te werk gaan met kwaliteitsborging. Het beoogde stelsel is gebaseerd op de verwachting dat aannemers echt anders gaan werken. Het woord ‘verwachting’ is hierbij cruciaal. Voor aannemers is het aantoonbaar voldoen geen verplichting. Blijkt de prikkel van de gewijzigde aansprakelijkheid niet, of onvoldoende, te werken dan moet het echt anders.

Nu onder andere Bouwend Nederland zelf pleit voor snelle aanpassing van de aansprakelijkheid zou het wel heel vreemd zijn als onze minister dit laat liggen of parkeert tot het lot van de Wkb helder is. Met de oproep van de drie brancheorganisaties lijkt de weg vrij om deze wijziging snel door te voeren.

Het tweede vereiste is een voorwaardelijke stelselwijziging.

De brancheorganisaties geven aan dat een stelselwijziging pas kan worden doorgevoerd als is aangetoond dat het betere kwaliteit oplevert tegen aanvaardbare kosten.

Terecht wordt gewezen op de beperkingen van uitgevoerde pilots en het ontbreken van een beoordelingskader voor een vergelijk van privaat versus publiek.

Bij het kostenaspect worden bouwleges er weer bijgehaald. De discussie over leges is al vaak gevoerd. Het Rijk wil niet sleutelen aan wat op gemeentelijk niveau wordt bepaald. Ik geloof niet dat het verstandig is de leges of andere kosten nu nog in de vereisten van een stelselwijziging te betrekken. Kosten en baten zijn op voorhand onderzocht, gewogen in de behandeling van het wetsvoorstel en daarmee een gepasseerd station tenzij er nu informatie opduikt waardoor dit aspect in een heel ander licht komt te staan. Ik trek de parallel met het recente besluit om met de aardgaswinning te stoppen. Ook dat, het stoppen met de winning, heeft vergaande (financiële) consequenties die op het moment van het besluit niet volledig kunnen worden overzien. Moet eerst helder zijn hoe het financieel uitpakt? Nee. Ook zonder die informatie is het naar mijn mening een verstandig besluit. Hetzelfde geldt in feite voor de Wkb. In de brief van de brancheorganisaties wordt nog eens benadrukt dat het vooral over veiligheid gaat. Wie gaat de prijs van mensenlevens bepalen? … om maar een onderdeel te benoemen. Al met al acht ik het inzoomen op kosten, door het subjectieve gehalte in het ‘waarderen’, een heilloze weg.

Het ene stelsel pas inruilen voor het andere als is aangetoond dat het ook echt beter is, lijkt me correct. De stemming in de Eerste Kamer is aangehouden omdat er twijfels zijn, twijfels of het nieuwe stelsel ook echt beter is. Daar moeten ‘we’ dan ook wat mee.

Bij uit te voeren pilots is vaker aan de orde gesteld dat het proefdraaien op landelijke schaal als opdracht van het Rijk naar gemeenten in samenwerking met BWT moet plaatsvinden. Dit heeft geen invulling gekregen. Enkel door pilots op een dergelijke wijze uit te voeren kan de huidige werkwijze worden vergeleken met private kwaliteitsborging. Wat doet de gemeente, wat doet de private kwaliteitsborger, hoe gaat dat in zijn werk, waar hebben we elkaar nodig als het om handhaving gaat, hoe zit het met procedures enz. Het vergelijk is een vereiste voor de afweging of een stelselwijziging verantwoord is. De huidige pilots, met name binnen de seriematige woningbouw, zijn er naar mijn mening vooral op gericht initiatieven te belichten vanuit de reeds gemaakte keuze voor privatisering van gemeentelijk toezicht. Het is meer ter voorbereiding.

Het is niet de vraag of private partijen toezicht kunnen houden, dat lukt prima. Toezicht staat echter niet op zichzelf. Een stelselwijziging haakt in op handhaving. Effectief toezicht kan niet zonder handhaving en andersom ook niet. Op het raakvlak zit vooralsnog een uitdaging.

Het derde punt van de brancheorganisaties gaat over de rol van bevoegd gezag en borduurt hiermee door op punt twee. De amendementen op het wetsvoorstel hebben het er niet makkelijker op gemaakt. De brancheorganisaties leggen de vinger op de zere plek en geven terecht aan dat de huidige opzet wringt. In nette bewoordingen wordt eigenlijk gezegd dat het zo niet kan. Ook minister Ollongren zal hier aandacht voor hebben. Echter, het zal niet eenvoudig zijn het onwerkbare deel binnen de contouren van het wetsvoorstel te corrigeren.

Kritische noten

De brief komt te elfder ure, kort voor het moment waarop onze minister uitsluitsel gaat geven over hoe het wetsvoorstel verder wordt gebracht. Het valt in de categorie beter laat dan nooit … maar toch. De timing, tien maanden na het stilvallen in de Eerste Kamer en nu, pal voor Ollongren haar plan gaat aangeven, is echt op het nippertje en heeft consequenties voor de voortgang. Als het belangrijk voor je is kom je daar toch eerder mee, zou je zeggen, of is het de bedoeling meer tijd te winnen? Ik weet het niet.

Ik vind het jammer dat de brancheorganisaties niet meer oplossingsgericht bijdragen. Misschien is de brief ook bedoeld als opening om hier gezamenlijk stappen in te maken.

Nog belangrijker vind ik het ontbreken van concrete acties om eindelijk eens tot verbetering van bouwkwaliteit te komen. Het is wachten, wachten en nog eens wachten. Wachten op een brief, dan weer wachten op het antwoord op een brief. Dan komt er waarschijnlijk weer wat en ondertussen wordt er tegen de klippen op gebouwd. Het is het heen en weer kaatsen van de bal.

Afpellen

De brief is op het punt aansprakelijkheid honderd procent winst.

De pijnpunten met betrekking tot taken van gemeenten worden gedeeld, Ollongren zal die ook in het vizier hebben. Of deze oplosbaar zijn binnen de huidige opzet van de Wkb is moeilijk in te schatten. Wie weet.

Het punt om pas over te gaan tot stelselwijziging als zeker is dat we er ook echt beter van worden en het niet te gek is met de kosten, is een lastige. Dat heb je niet snel helder en blijft subjectief. Dat onderzoeken kost veel tijd. Ja, het is een valide punt. Tegelijkertijd is ook hier het vergelijk met het stoppen van de gaswinning van toepassing. Er moet nu toch echt iets gebeuren met het huidige stelsel. Je kunt niet blijven wikken en wegen. We zijn op het punt dat er knopen moeten worden doorgehakt, voortgang moet worden afgedwongen.

In de beantwoording van recente Kamervragen met betrekking tot bouwkwaliteit is vaker door de minister naar het wetsvoorstel verwezen. Hieruit valt af te leiden dat het nog steeds de intentie is de wet verder te brengen voor meer grip op bouwkwaliteit. Daar staat tegenover dat de Wkb geen onderdeel van het regeerakkoord is, de huidige status, de Wkb in de huidige vorm, niet veel speelruimte biedt en de brief van brancheorganisaties het nog even wat moeilijker maakt. Een extra hobbel is de aankondiging van Kamerleden om, naar aanleiding van de breedplaatvloerenproblematiek, op een hoorzitting aan te dringen. De Kamer wil van experts vernemen hoe het nu precies zit. Hierbij zal zeker ook op het toezicht worden ingezoomd en de beoogde Wkb nog eens tegen het licht worden gehouden.

De meest logische aanpak is wat zaken knippen, op een aantal fronten al winst maken en niet doormodderen en polderen. Het deel aansprakelijkheid alvast repareren is zo’n doen-knip-stap. Als de gekozen route niet voldoende snel resultaat oplevert doe het dan anders, stap voor stap maar zorg wel voor resultaat. De Wkb is geen doel op zich. Dat geldt ook voor het deel privatisering. Al met al is het een vrij ingewikkeld borduurwerk.

Tot slot

“Ik ben ook maar minister” is een nog steeds toepasselijk citaat uit een interview met Blok over de Wkb. Nu, twee ministers verder, hangen we aan de rok van Ollongren, in afwachting van verlossende woorden om het voor de bouw te gaan organiseren. Het zou getuigen van volwassenheid en verantwoordelijkheidsbesef als de bouw het niet enkel van hoger hand krijgt voorgeschreven maar nu zelf eens een paar stappen in de juiste richting maakt.

Zou het niet mooi zijn als clubs die gezamenlijk bij machte zijn een verschil te maken de aandacht vestigen op het doen in plaats van wachten op hoe het wordt bepaald? De voorzet is al vaker gegeven. Het wetsvoorstel gaat primair over veiligheid, constructieve veiligheid en brandveiligheid in samenhang. Daar gezamenlijk bepalingsmethoden voor vaststellen, gebaseerd op wat er al is, dat verankeren in de werkwijze van de leden, dat zijn de stappen die we nodig hebben. Zo zijn we niet alleen iets zinvols aan het doen terwijl we wachten, het lost de inefficiëntie van verschillende maniertjes in één keer op.

Let hier mee op want er is het gevaar dat we alsdan helemaal geen wet meer nodig hebben! 

Wordt vervolgd …

Pieter Plass

PS

De breedplaatvloerenproblematiek kan nog wel eens een bijzondere wending krijgen en van invloed zijn op de Wkb. Binnenkort horen we van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid inzake de gedeeltelijke instorting van de parkeergarage Eindhoven Airport. De conclusies van TNO zijn gericht op de oorzaak en ‘trigger’ waarbij de hechting tussen vloerelementen en op de bouw gestort beton cruciaal is gebleken. Hoe dit heeft kunnen ontstaan is naar mijn mening nog onvoldoende helder. Het is mijn verwachting dat de Onderzoeksraad hier duidelijkheid over geeft. Hoe kan het dat een dergelijk vloersysteem, wat al lang succesvol wordt toegepast in meer dan 40 landen, ineens een probleem is? Dat elementen met een glad oppervlak worden geleverd is niet nieuw. Hier wordt, als het goed is, rekening mee gehouden. Het deel prefab is volgens de leverancier van de elementen goed voor circa 25% van de kwaliteit, het voldoen van het vloersysteem. 75% is dan ook uitvoering, hoe je elementen verwerkt op de bouw. Daar kan het nodige misgaan. Dit is precies waar het met de Wkb om gaat.

17-05-2018