Waarborg constructieve veiligheid

Het meest essentiële bij het bouwen is veiligheid. We moeten er voor zorgen dat wát we bouwen ook veilig is. Dan hebben we het over constructieve veiligheid en brandveiligheid. Op dit moment zijn er onvoldoende waarborgen dat het met die veiligheid wel goed zit.

Tijdens het rondetafelgesprek veiligheid betonvloeren is uitvoerig over de noodzaak voor waarborgen gesproken. Hoe komen we daar verder mee? Hoe gaan we het beter regelen? Moeten we wachten op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)?

De oplossing ligt voor de hand: nu een verbeterslag maken los van hoe het met de Wkb uitpakt. Het één hoeft niet op het ander te wachten. Het voorwaardelijk maken, het koppelen, is juist onwenselijk.

Hoe krijgen we dit voor elkaar?

De essentiële controleaspecten op het gebied van veiligheid moeten eenduidig worden toegepast. Dit kan door tijdens de bouw op belangrijke momenten stops voor controle in te bouwen. Dan moet aan specifieke punten zijn voldaan.

Is dit dé standaard werkwijze dan is het aan de uitvoering hier rekening mee te houden, je weet immers dat het er aan komt. Heb je de zaakjes keurig op orde dan is een akkoord een formaliteit. Sta je er anders in, ben je er niet klaar voor, dan heb je een probleem. Cruciaal is dat het onderdeel van het proces is.

Laat je zien dat je het goed voor elkaar hebt dan is de noodzaak om op de bouw te controleren simpelweg minder en is het een kwestie van afstemming op bepaalde momenten.

Wet kwaliteitsborging

De Wkb beoogt het aantoonbaar voldoen aan de publiekrechtelijke technische voorschriften. Private kwaliteitsborgers leveren straks, bij oplevering, informatie aan gemeenten en de bouwconsument waar uit moet blijken dat hier aan is voldaan.

Toetsing en goedkeuring op cruciale momenten is maatgevend voor vervolgbewerkingen. Logisch, maar werkt dat in de praktijk ook zo? Gemeenten worden straks voor de controle tijdens het bouwen buiten spel gezet. De stopmomenten voor de juiste check of alles wel oké is hebben we nu niet maar ook met de Wkb niet.

Omdat er met de Wkb verschillende instrumenten kunnen worden ingezet zal er op verschillende manier worden gecontroleerd. Krijgen we het voor elkaar om daar - met een eenduidige werkwijze - lijn in te brengen, dan is het is voor alle betrokken partijen ineens 100% helder. De uitvoering weet hiermee op voorhand wat wanneer op welke wijze wordt gecontroleerd.

De benadering overstijgt dan ook wat de Wkb beoogt.

Kenmerkend aan de Wkb is de indirecte werking. De aannemer heeft wettelijk geen taak in het organiseren van kwaliteitsborging of iets aantoonbaar maken. In de geschetste opzet is er wel directe werking.

Is dit helemaal nieuw en lastig?

Nee. Het is een beproefde methode. Er zijn slechts drie dingen voor nodig. De wil om dit te organiseren, het definiëren van de controleaspecten en procedurele verankering.

Gemeenten hebben het COBc, het Centraal Overleg Bouwconstructies, een platform voor constructieve veiligheid. Het COBc kan de essentiële controleaspecten en stopmomenten vaststellen. Deze club is gemotiveerd hier mee aan de slag te gaan.

Procedurele verankering is aan gemeenten en wetgever. Wordt de noodzaak om op korte termijn ook echt iets te verbeteren onderschreven dan is het ook snel georganiseerd.

Is het echt zo eenvoudig? Ja, moeilijker is het niet.

Bedenk

Komen de handen op elkaar met de Wkb dan is dat slechts een beginnetje. Een stelselwijziging wordt naar mijn mening voorwaardelijk. Het moet zich eerst bewijzen en belangrijke spelers krijgen de mogelijkheid om op de rem te trappen. Komt onze minister met toezeggingen om de invoering extra zorgvuldig te gaan monitoren, faseren, waar nodig bij te stellen, dan zijn we niet ineens allemaal gerustgesteld dat het ook echt dé oplossing is. Het is dan ook verstandig om daar niet alles aan op te hangen en nú een concrete verbeterslag te maken.

Bedenk ook dat er de afgelopen jaren, decennia is misschien meer passend, geen echte verbetering op het gebied van wettelijke kwaliteitsborging is gerealiseerd.

Tijdens het rondetafelgesprek is Bouwend Nederland en VNconstructeurs gevraagd of een extra waarborg gebaseerd op stopmomenten goed zou zijn. Het antwoord was “Ja”.

Het is nu dan ook tijd hier echt mee aan de slag te gaan. Om niet te veel te gelijk te willen en aan te sluiten bij het thema van het rondetafelgesprek is het goed eerst maar eens te beginnen met de vloeren.

Voor iedere oplossing is wel een probleem

Ja maar … Dit biedt toch niet direct 100% garantie? Nee, natuurlijk niet. Misschien is het even wennen maar we zijn toch vanaf dag één aan het verbeteren.

In de 30 jaar dat ik actief ben in dit vak en de 50 jaar van ons bedrijf is het punt van betere waarborgen keer op keer voorbij gekomen. Bij een incident wordt het weer even actueel. Dan komen er vragen, steken we de koppen bij elkaar, schrijven wat op, maken een boekje of iets dergelijks en … dat is het dan weer. Een verbetering die we ook verankeren blijft uit. Dat doorbreken lijkt nagenoeg onmogelijk. Ook nu vestigen we de hoop op werking van een wet die er nog moet komen en ergens in de toekomst mogelijk wat gaat veranderen.

Ik zal met de leden van de vaste Kamercommissie nader in gesprek gaan om verder te komen met het realiseren van waarborgen constructieve veiligheid.

Wordt vervolgd …

Bron: Omgevingsweb.nl 08-06-2018

Auteur: Pieter Plass

Thema's: Bouwtechniek

Tags: Constructie Constructieve veiligheid