Vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet. Bijbehorend bouwwerk ‘Het is niet anders’.

Nu de voorhangversie Invoeringsbesluit als onderdeel van de Omgevingswet in juni is gepubliceerd wordt ook steeds duidelijker hoe het nieuwe vergunningvrije bouwen onder de Omgevingswet er uit zal komen te zien. En als je het goed leest, dan zie je dat het eigenlijk qua bouwmogelijkheden niet anders is dan het huidige stelsel.

Om het nieuwe vergunningvrije bouwen te kunnen begrijpen is het in eerste instantie nodig om de knip te begrijpen. Nu kent de Omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen onder de Wabo (artikel 2.1.1a.) in artikel 2.10 zowel de weigeringsgrond wegens strijdigheid met het Bouwbesluit, redelijke eisen van Welstand en het Bestemmingsplan. Het in strijd zijn van de aanvraag met één van deze drie onderdelen is voldoende om de Omgevingsvergunning te kunnen weigeren. Met de Omgevingswet wordt dit anders. De activiteit bouwen zoals we die nu kennen binnen de Wabo wordt opgesplitst in enerzijds een activiteit die we de bouwactiviteit noemen (artikel 5.1 lid 2). Deze activiteit betreft de bouwtechnische toets aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en ziet dus uitsluitend op de technische eisen waaraan een bouwwerk (en zijn omgeving) moet voldoen.  De andere activiteit voor het zelfde bouwwerk is de Omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1 lid 1). Deze activiteit betreft de toets aan de planologische aspecten (nu bestemmingsplantoets), de toets aan het Omgevingsplan, met daarbinnen ook geregeld de esthetische kwaliteit dat we regelen in het welstandsbeleid dat een onderdeel van het Omgevingsplan wordt. De ene kant van de knip betreft dus de activiteit die ziet op de bouwtechnische kwaliteit, en de andere kant van de knip betreft de activiteit die ziet op de ruimtelijke kwaliteit.

In het nieuwe vergunningvrije bouwen zijn de mogelijkheden om zonder vergunning een bouwwerk te realiseren ook opgeknipt in de bovengenoemde activiteiten. Daarnaast zijn de vergunningvrije bouwmogelijkheden ook gesplitst in een deel dat landelijk uniform wordt geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving en een deel dat via de Bruidsschat in het Invoeringsbesluit aan het bevoegd gezag wordt overgedragen, en waarbij dan ook dat bevoegd gezag (iedere gemeente afzonderlijk) mag gaan bepalen hoe en met welke ruimte zij dit vergunningvrije bouwen gaat invullen.

Vergunningvrij bouwen voor de Bouwactiviteit (Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken)

De vergunningvrije bouwmogelijkheden voor de bouwactiviteit noemen we ook wel de Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken. Hetgeen inhoudt dat hiervoor geen preventieve toets middens een vergunningaanvraag voor hoeft te worden uitgevoerd. Deze categorie bouwwerken is opgenomen in artikel 2.15d van het Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl).
onderdeel b. van dit artikel geeft aan dat een bijbehorend bouwwerk dat op de grond staat, niet hoger is dan 5 meter, en waarbij de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan één bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag is, deze vergunningvrij te realiseren is qua bouwactiviteit. Dit houdt in dat zowel het bouwen van een bouwwerk dat aan deze criteria voldoet, voor, achter of aan de zijkant van een hoofdgebouw bouwbesluittoetsvrij wordt. Dit komt omdat ten opzichte van het huidige artikel 2.3 van bijlage II Bor het begrip ‘Achtererfgebied’ is verdwenen, waardoor voor deze activiteit de plek van het bouwwerk niet meer relevant is.
Verder komen we in artikel 2.15d. de meeste vergunningvrije bouwactiviteiten uit artikel 2 van bijlage II Bor tegen, die dus gelijk aan het huidige stelsel zonder vergunning kunnen blijven worden gerealiseerd. Zij het, dat in dit artikel uitsluitend is geregeld dat zij Bouwbesluittoetsvrij kunnen worden gerealiseerd. Of zij op die plek (planologisch en esthetisch) ook vergunningvrij zijn is geregeld in de andere kant van de knip.

Vergunningvrij bouwen voor de Omgevingsplanactiviteit (Planologisch en esthetisch vergunningvrije bouwwerken)

De vergunningvrije Omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn geregeld in artikel 2.15f van het Besluit bouwwerken leefomgeving en in de bruidsschat.
In artikel 2.15f zien we een opsomming van diverse vergunningvrije activiteiten die we nu vinden in zowel artikel 2 als artikel 3 van bijlage II Bor. Artikel 2.15f onderdeel a gaat over gewoon onderhoud, onderdeel b gaat over de dakkapel, onderdeel c over een dakraam etc. etc. Wat hier opvalt is dat in dit artikel het bijbehorende bouwwerk niet is opgenomen. Dit betekend dat een vergunningvrij bijbehorend bouwwerk voor wat betreft de planologische en esthetische aspecten niet meer in een AmvB (Bbl) is geregeld. Dit onderdeel is namelijk opgenomen in de Bruidsschat.

De bruidsschat vinden we in het 5e onderdeel van het Invoeringsbesluit, met de titel, Wijziging/Intrekking, Bruidsschat en Overgangsrecht.
In deze bruidsschat zijn een heel aantal artikelen opgenomen die vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden van het Lokaal bevoegd gezag zijn geworden. Dit betekend dat het lokaal bevoegd gezag vanaf dat moment ook kan besluiten om die regel te schrappen, aan te passen of één op één op te nemen als haar lokale regel in het Omgevingsplan. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt in ieder geval deze gehele bruidsschat van rechtswege een onderdeel van het Omgevingsplan van de gemeente, en blijft de betreffende regel ongewijzigd gelden totdat de gemeente op een gegeven moment besluit om hem aan te passen of te schrappen.

In artikel 2.2.7.2.2 van de Bruidsschat vinden we de bijbehorende bouwwerken terug. Het artikel heeft als titel ‘Uitzonderingen op vergunningplicht voor binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken’. Dit geeft dus aan dat hierin is geregeld in welke gevallen er geen vergunning nodig is voor de omgevingsplanactiviteit, en waarbij dus zonder preventieve toets aan de voorschriften in het omgevingsplan een bouwwerk ruimtelijk kan worden gerealiseerd.

In dit artikel vinden we het huidige artikel 3 lid 1 van bijlage II Bor.

Het verbod, bedoeld in artikel 2.2.7.2.1, geldt niet voor de in dat artikel bedoelde activiteiten als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:
a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand;
2°. gelegen in achtererfgebied;
3°. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
4°. niet hoger dan 5 m;
5°. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en
6°. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

Bouwwerken die aan deze criteria voldoen zijn (zolang de gemeente ze niet gaat wijzigen na invoering van de Omgevingswet) Omgevingsvergunningvrij als Omgevingsplanactiviteit.

Ook het huidige artikel 2.3 (Vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan) vinden we nu terug in de Bruiddschat. (In de consultatieversie Invoeringsbesluit was dit onderdeel nog niet opgenomen).
Dit onderdeel is te vinden in artikel 2.2.7.3.1. en heeft als titel ‘Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan’. Dit impliceert dat de gemeente hier, ook al is het in de bruiddschat opgenomen, geen invloed op heeft, en het hiermee dus een instructieregel is geworden.  De gemeente heeft hierbij te accepteren dat deze regels van rechtswege een onderdeel zijn geworden van het omgevingsplan en kunnen dit dan ook niet inperken. Voor dit onderdeel veranderd er dan ook niets ten opzichte van het huidige stelsel. Jammer is echter wel dat hiermee de complexiteit van het huidige vergunningvrije bouwen met achtererfgebied, bebouwingsgebied en alle andere lastig te doorgronden begrippen niet wijzigt en dus ook op geen enkele wijze wordt vereenvoudigd. Voordeel is dat het gelijk is aan het huidige stelsel dat sinds november 2014 op deze wijze is geregeld, en je dus niet alle vergunningvrije mogelijkheden met nieuwe begrippen en dergelijke weer opnieuw moet leren.

Om een bouwwerk onder de Omgevingswet geheel vergunningvrij te kunnen realiseren moet het bouwwerk zowel voldoen aan de criteria van Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken als ook aan de criteria voor een Omgevingsplanactiviteitvrij bouwwerk. Als het bouwwerk slechts voldoet aan de criteria van één van deze twee activiteit, zal voor de andere activiteit een vergunning moeten worden aangevraagd.

Bron: Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland 12-07-2019

Auteur: Wico Ankersmit

Thema's: Omgevingswet

Tags: Vergunningvrij bouwen