Modelverordening kwaliteitsadvisering

Op 23 september 2020 publiceerden de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed een modelverordening voor de advisering over omgevingskwaliteit.
De Omgevingswet wijzigt de manier waarop beoordeeld wordt of een bouwinitiatief effect heeft op de kwaliteit van de leefomgeving. De bestaande welstandscommissies, stads- en dorpsbouwmeesters, monumentencommissies en adviescommissies ruimtelijke kwaliteit worden per 1 januari 2022 opgevolgd door een nieuw stelsel van onafhankelijke advisering.
Er is gekozen voor een modelverordening waarbij de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit in één samenhangend adviesstelsel kunnen worden opgenomen. Daarnaast biedt de Model Verordening op gemeentelijke adviescommissie de mogelijkheid om initiatiefnemers in de geest van de wet aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen om hun initiatieven binnen de door de raad vastgelegde kaders met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren.

Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de kwaliteitsadvisering voort te zetten op de manier die ze gewend zijn, en dan in de loop der jaren toegroeien naar het integrale adviesstelsel dat vooral de geest van de Omgevingswet weerspiegeld. Eerder dit jaar is de Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit die gemeenten ondersteunt bij de keuzes die hierin gemaakt kunnen worden.

De Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie

Bij de Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie staat het doel van een goede omgevingskwaliteit centraal. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij dit doel willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de commissie daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.
De taken van de gemeentelijke adviescommissie, de vormgeving van het adviesstelsel en de reikwijdte van het advies zullen per gemeente verschillen. De modelverordening respecteert de verschillende keuzes die gemeenten hierin kunnen maken, maar legt er een solide juridische basis onder.
De verordening is dan ook geen blauwdruk die zonder meer door gemeenten overgenomen kan worden. Er moet aansluiting worden gezocht bij de kwaliteitsambities en bij de aard in inrichting van de gemeentelijke omgevingsvisie en het omgevingsplan. Een implementatieplan in een bijlage bij de verordening biedt hulp bij de keuzes die gemaakt kunnen worden.Gemeenten die voor hun ruimtelijke kwaliteitsadvisering zijn aangesloten bij één van de zeven regionale organisaties voor ruimtelijke kwaliteit worden voor de implementatie van de modelverordening ondersteund door deze organisaties[1].
Andere leden van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kunnen met vragen terecht bij het FRK-kantoor.

U kunt hier downloaden:

  1. Ledenbrief VNG over de Modelverordening
  2.  Modelverordening op de Gemeentelijke Adviescommissie
  3.  Tekst van de Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie: opgemaakt in Word 2.0-format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting.
  4.  Implementatiehandleiding: nadere toelichting van de te maken keuzes.

 

[1] Het betreft de organisaties Libau (werkzaam in de provincie Groningen en Drenthe), Hûs en Hiem (Fryslân), Het Oversticht (Overijssel, Flevoland, Drenthe), Gelders Genootschap (Gelderland, Limburg, Noord-Brabant), Mooi Sticht (Utrecht) Dorp, Stad en Land (Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant) en Mooi Noord-Holland (Noord-Holland).

Bron: Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (23-9-2020) 09-10-2020