Is gelijkwaardigheid door zelfsluitende woningdeuren vervallen?

Op 1 juli 2020 is het Bouwbesluit 2012 gewijzigd. Een van de belangrijke veranderingen voor nieuwbouw is de eis voor zelfsluitende woningdeuren in wanden waarvoor een WDBDO-eis geldt. Hoewel deze eis voorheen niet gold, werden zelfsluitende deuren dikwijls al als gelijkwaardige maatregel gehanteerd voor het vluchten langs andere woningen (deuren). Nu is de vraag: is de zelfsluitende woningdeur sinds 1 juli niet meer gelijkwaardig? Mirre Veerman gaat in op de achtergrond van de wijziging en schetst wat wel als gelijkwaardig kan gelden in de optiek van Royal HaskoningDHV.

Op 1 juli 2020 is artikel 6.26 lid 2 komen te vervallen voor de woonfunctie. Daarmee is dus 6.26-1 van toepassing voor een gebouw met woonfunctie. Artikel 6.26-1 stelt dat alle inwendige scheidingen waarvoor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag geldt (WBDBO), zelfsluitend moeten zijn. De uitzondering in artikel 6.26-2 voor woningdeuren geldt dus niet meer. Dit betekent in de praktijk dat deuren in brandwerende binnenwanden voorzien moeten zijn van een deurdranger, ook in woningen.

Minder rook en vuur

Doordat nu ook woningdeuren zelfsluitend zijn, wordt de kans op een grote woningbrand aanzienlijk kleiner. Het vuur krijgt niet voldoende zuurstof waardoor de brand zich minder snel uitbreidt of zelfs smoort. Ook wordt de verspreiding van rook op de gang veel beter tegengegaan. Dit verhoogt de vluchtveiligheid in woongebouwen aanzienlijk, vooral bij inwendige corridors. Maar het Bouwbesluit stelt geen eisen voor het type dranger dat gebruikt moet worden. Dit betekent dus dat de meest simpele, traditionele dranger voldoende is om te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012.

Vluchtweg geblokkeerd

Zelfsluitende woningdeuren werden voor 1 juli 2020 vaak als gelijkwaardige invulling aan artikel 2.104 lid 2 ingezet. Dit artikel stelt dat een vluchtweg van een woning naar het trappenhuis niet langs een beweegbaar constructieonderdeel mag lopen (ofwel de deur van de buurwoning). De reden hiervoor is dat bij brand de vrijkomende rook de vluchtweg van de buurwoning blokkeert. Dit kan goed opgelost worden door te zorgen voor twee vluchtrichtingen (dus twee trappenhuizen). Maar dit is niet in alle gevallen mogelijk of wenselijk. Als mensen slechts in één richting kunnen vluchten, werd een zelfsluitende woningdeur als gelijkwaardige invulling aangedragen. De deur valt dankzij de dranger automatisch dicht waardoor de uitstroom van rook bij brand bij de buren beperkt wordt.

Doordat de dranger sinds 1 juli verplicht is voor woningen, kan dit niet meer als gelijkwaardige invulling dienen. Een dranger is voor nieuwbouw in beginsel al een eis dus niet gelijkwaardig. Als echter de nota van toelichting van artikel 2.104-2 bestudeerd wordt, is het aanbrengen van een deurdranger eigenlijk niet meer van toepassing. Dat gezegd hebbende: zelfsluitende woningdeuren bij met name inwendige gangen of corridors verbeteren de vluchtveiligheid aanzienlijk.

Vraag

Dan rijst de vraag: is de gelijkwaardigheid van zelfsluitende woningdeuren voor vluchten langs de woningdeur van de buren dan helemaal niet meer toepasbaar? Is sinds 1 juli de altijd goedgekeurde gelijkwaardigheid niet meer gelijkwaardig?

In de basis is het antwoord hierop simpel: nee, een deurdranger is niet meer gelijkwaardig. Maar er zijn voorzieningen die sterk vergelijkbaar zijn met de bestaande technische invulling en die wel als gelijkwaardig worden gezien: de vrijloopdranger. Dit is een dranger die alleen geactiveerd wordt bij een brandmelding. Dit betekent natuurlijk wel dat anders dan bij traditionele drangers een brandmeldinstallatie (rookmelders) met CCV-inspectiecertificaat nodig is.

Rookmelders

Het certificaat is het bewijs dat de brandmeldinstallatie goed werkt – wat nodig is omdat het om een gelijkwaardige invulling gaat. De rookmelders die onderdeel zijn van het gecertificeerde systeem, worden in de praktijk alleen in de gang geïnstalleerd. Beheer, onderhoud en inspectie van melders in een woning is een onhaalbare klus. De melders in de woningen zijn dus alleen de NEN 2555-melders (woningmelders, niet op de brandmeldcentrale aangesloten).

Bij brand kan de vluchtende bewoner de deur open laten staan. Als de rook vervolgens de gang in stroomt, wordt de dranger geactiveerd en valt de deur dicht. Er zal dus nauwelijks rookverspreiding op de gang plaatsvinden.

Overigens kan ook voor de optie gekozen worden om de drangers te koppelen aan de woningmelder. In dat geval wordt de dranger geactiveerd bij brand in de woning en ook bij stroomuitval. De systeembeschikbaarheid (betrouwbaarheid) is echter veel minder hoog dan wanneer de dranger aangestuurd wordt door een gecertificeerde installatie. De rookmelder (dus dranger) wordt wel sneller geactiveerd dan de melder op de gang.

Vrijloopdranger

Waarom is een vrijloopdranger wel gelijkwaardig en een traditionele dranger niet? Een traditionele dranger werkt in alle gevallen. Maar de dranger werkt niet als de bewoner de dranger of de deur onklaar maakt. In de praktijk gebeurt dit vaak. De dranger zorgt ervoor dat de deur automatisch dichtvalt, wat een bewoner als onprettig of onwenselijk kan ervaren. Dan wordt de dranger gedemonteerd, gesloopt of de deur wordt voorzien van een wig. In al die gevallen, die dus vrij vaak voorkomen, doet de dranger het niet. Van een vrijloopdranger merkt een bewoner in de dagelijkse situatie niets. Enkel bij brand zal de deur dichtvallen. Dit voorkomt de kans op sabotage aanzienlijk, waardoor de betrouwbaarheid van de gelijkwaardige invulling sterk wordt verhoogd (ten opzichte van de eis voor het toepassen van een traditionele dranger conform het Bouwbesluit).

Investering

De investering is door de wijziging van het Bouwbesluit per 1 juli 2020 hoger dan voorheen, met name bij de wens voor de genoemde gelijkwaardige invulling. De betrouwbaarheid van de brandscheiding en het rookvrij houden van de vluchtroute nemen daarentegen enorm toe. De wijziging van het Bouwbesluit (lees: de eis voor het aanbrengen van drangers op woningdeuren) zorgt dus voor een sterk verhoogd veiligheidsniveau.

Ir. Mirre Veerman is adviseur brandveiligheid bij Royal HaskoningDHV

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Brandveilig.com 2020, nummer 3

Bron: Brandveilig.com 12-02-2021