MPG: buigen of barsten?

Juni 2016 bracht de SER het rapport uit ‘Werken aan een circulaire economie: geen tijd te verliezen’. Nu, bijna vijf jaar later, schrijft de SER-reflectiegroep in een brief aan  staatssecretaris Stientje Van Veldhoven: “Voor de versnellingsfase zijn de huidige overheidssturing, de organisatievorm, het uitvoeringsprogramma, de beschikbare middelen en globale doelen te vrijblijvend en ontoereikend”.

Ook de conclusies in de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER 2021] dat het PBL op verzoek van het Kabinet heeft opgesteld zijn niet fraai; het NRC vat het 258 pagina’s tellend adviesrapport treffend samen: “Nederland is nog lang niet op weg naar de circulaire economie die in 2050 volgens de overheid een feit moet zijn. De huidige vrijwilligheid en vrijblijvendheid om verspilling van grondstoffen te keren maken dat doel onbereikbaar. Meer heffingen en normen zijn nodig en de milieuschade moet in de prijzen worden verrekend”. Hoe kan dit? We hebben toch sinds 2012 de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) opgenomen in het Bouwbesluit?

Papieren tijger

Inderdaad, sinds januari 2013 is bij nieuwbouw het berekenen van de milieuprestatie verplicht. Maar alleen voor woningen en kantoren, niet voor alle andere nieuwbouw. En ook niet bij renovatie, hoe ingrijpend deze ook kan zijn. Uit onderzoek door RVO blijkt dat slechts voor een minderheid van de nieuwbouwplannen een dergelijke berekening wordt gemaakt. En daar waar de berekening wordt gemaakt, deze niet door de gemeente wordt gecontroleerd. Waarom zou je ook, wat zou je eraan hebben?

Pas vijf jaar na het verplicht stellen van een berekening van de MPG volgt er een minimumeis in het Bouwbesluit: 1,0. Variantenstudies tonen aan dat op een enkele uitzondering na elke woning aan de eis voldoet. De paar woningen die niet voldoen zijn opmerkelijk vaak zeer energie-efficiënte woningen met veel pv-panelen. Door die niet mee te hoeven nemen in de berekening voldoen deze alsnog. De aangekondigde en onlangs uitgestelde aanscherping tot de waarde 0,8 zal weinig verandering brengen, zeker niet als de berekeningen niet worden gecontroleerd. Laat staan gesanctioneerd. Wat dat betreft zijn professionals net als schoolkinderen, als juf niet overhoort en af en toe steng is, maken we ons taakjes niet.

Kritiek op het stelsel

In de Nederlandse Milieudatabase NMD zijn de materialendata te vinden waarmee de MPG berekend mag worden. Inmiddels is er vanuit diverse groeperingen forse kritiek losgebarsten op het stelsel MPG en NMD. Al lang wordt er door deskundigen gewezen op het waterbedeffect tussen de MPG en EPG; als de ene verbetert, verslechtert de andere. Dit terwijl beide als doel hebben het verminderen van de milieubelasting en uitstoot van CO2. Met ondersteuning vanuit de Topsector Energie heeft een twintigtal organisaties al vijf jaar geleden hiervoor een oplossing ontwikkeld. Maar dit heeft tot op heden niet geleid tot verbetering van het stelsel.

Van recenter datum is de kritiek van de meer dan 200 ondertekenaars van het Manifest ‘Een eerlijk speelveld voor een duurzamer Nederland’ waarin zij bezwaar aantekenen tegen de wijze waarop in het stelsel wordt omgegaan met de CO2-effecten van biobased bouwmaterialen. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat bij de teelt van deze materialen weliswaar CO2 wordt opgenomen en vastgelegd, maar dat deze CO2 weer vrijkomt in het afvalstadium en dus per saldo nul effect heeft.

Ook het evaluatieonderzoek dat de Stichting Bouwkwaliteit in 2019 heeft laten verrichten door Berenschot is kritisch. Weliswaar concludeert Berenschot dat het stelsel NMD-MPG voldoende robuust is en dat de belangrijkste stakeholders goed overweg kunnen met het stelstel, de ontwikkelsnelheid is te laag en het aantal productkaarten te gering. Om meer bij te dragen aan de transitie naar een circulaire bouweconomie moet ‘de dwingendheid van de eis vergroot en de handhaving verbeterd’, aldus Berenschot.

Netto contant maken van CO2-uitstoot?

Een verkennend onderzoek dat TNO recent publiceerde concludeert ‘Het bouwen met hout in de bouw pakt aanmerkelijk gunstiger uit voor het klimaat dan op basis van de huidige MPG-systematiek wordt aangenomen’. In haar antwoord op de Kamervragen hierover heeft de minister van BZK aangegeven hier nog eens goed naar te kijken. Uiteraard binnen de kaders van het stelsel. En daar ging de discussie nu juist over; hoe gaan we om met de scenario’s binnen het stelsel en de mogelijkheden die deze bieden? Zullen we over 75 jaar gaaf hout verbranden of is het meer aannemelijk dat er dan iets anders mee wordt gedaan? En als we in 2095 toch besluiten het te verbranden, heeft de CO2-uitstoot daarvan dezelfde waarde als de opname van CO2 tijdens de groei destijds? Is het niet hoog tijd om afspraken te maken over het netto contant maken van de CO2-uitstoot? Ook de World Green Building Council (WGBC) volgt met hun Total Carbon-project hetzelfde spoor, het gaat hen daarbij om de totale CO2-uitstoot, ongeacht of deze nu door materiaalgebruik of energiegebruik wordt veroorzaakt.

Revolutie of toch maar een evolutie?

Het is verleidelijk om als gevolg van zoveel kritiek het huidige stelsel vaarwel te zeggen en met de huidige kennis en inzichten een nieuw stelsel te beginnen. RWS, NEN en RVB hebben onder de noemer CB23 hiertoe een poging ondernomen maar zijn gedurende een tweejarig traject in feite teruggevallen op het huidige stelsel. De revolutie lijkt daarmee in de kiem gesmoord.

Het Transitieteam voor de Circulaire Bouweconomie heeft voor een andere weg gekozen, namelijk de verbetering en aanvulling van het huidige stelsel.Zo werden in opdracht van het transitieteam de juridische mogelijkheden van het combineren van de EPG en de MPG onderzocht. Daarbij bleek dat de eerder geconstateerde split incentive tussen EPG en MPG een Nederlandse creatie is; in de Europese Norm 15804 is deze scheiding niet aanwezig. Reden om vervolgens een vijftal RVO-referentiewoningen en gebouwen door te laten rekenen op de integrale effecten van energie en materiaalgebruik, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. Hiermee wordt een goede aansluiting verkregen op de definitie uit de Transitieagenda voor de circulaire bouweconomie.

Definitie

‘Circulair bouwen betekent het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Hier en daar, nu en later.’

[Bron: Transitieagenda Circulaire Bouweconomie 2018]

Van lineair naar circulair

In de meeste schema’s staat de EN15804 getekend als een lineair model. Recent werd ik erop gewezen dat het juist een circulair model is, mits je module D, de hergebruiksfase, goed weet in te vullen.

Dit is precies het gebied waaraan het Transitieteam met behulp van diverse marktpartijen heeft gewerkt aan concretisering van begrippen als losmaakbaarheid, toxiciteit/smet en adaptiviteit. In plaats van te laten barsten is het waarschijnlijk effectiever om de MPG om te buigen. Als vervolgens ook fase B, de gebruiksfase in rekening wordt gebracht ontstaat er een logisch en werkbaar model om de milieubelasting van gebouwen te bepalen. Naar keuze uitgedrukt in MKI of CO2-uitstoot.

Na deze ombuiging resteert nog een grote uitdaging waar een haast on-Nederlandse dosis lef voor nodig is: het stellen van een scherpe prestatie-eis, het handhaven daarvan én de belofte de eis periodiek te zullen aanscherpen. En dat op de kortst mogelijke termijn. De SER schreef immers al in 2016 geen tijd te verliezen’. Én anno 2021 concludeert het PBL in hun monitoringsonderzoek: het schiet niet op. Een groeiend aantal marktpartijen zegt openlijk: wij kunnen wel en willen wel. Mits er sprake is van een level playing field en continuïteit. Wellicht gaat het lelijke jonge eendje MPG dan toch nog uitgroeien tot een mooie witte zwaan.

Wat vind jij? Ombuigen of liever iets nieuws? Wat vind je bij ombuigen belangrijk en wat moet als eerst veranderen? Onderaan dit bericht vind je de reactiemogelijkheid.

Bron: Duurzaam gebouwd 12-02-2021