Rook is doorgaans groter gevaar dan de brand zelf

Dat brandveiligheid niet alleen betrekking heeft op brand is misschien een open deur. Ook dat er meer slachtoffers vallen door rook dan door vuur is oud nieuws. Maar gelukkig komt er steeds meer aandacht voor een essentieel veiligheidskenmerk: het tegengaan van rookverspreiding door bouwkundige scheidingsconstructies, ook wel rookwerendheid genoemd.

Rook is schadelijke verontreinigde lucht en bemoeilijkt het vluchten bij brand. Rook is doorgaans een groter gevaar dan de brand zelf voor mensen die aanwezig zijn in een gebouw. In het Bouwbesluit 2012 wordt (ten onrechte) aangenomen dat de rookwerendheid van een constructie kan worden vastgesteld door het testen van de brandwerendheid, specifiek op het criterium vlamdichtheid (E). In het nieuwe Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) wordt een meer realistische methode aangewezen voor het bepalen van de rookwerendheid van een constructie, namelijk op basis van testresultaten.

Huidige wetgeving

Om de verspreiding van rook in een gebouw tegen te gaan geeft het Bouwbesluit 2012 regels voor de indeling van een gebouw in compartimenten. Naast brandcompartimenten zijn er ook (kleinere) rookcompartimenten (subbrandcompartimenten genaamd). In het huidige Bouwbesluit is voorgeschreven dat de scheiding tussen twee subbrandcompartimenten (rookcompartimenten) 20 minuten brandwerend moet zijn, beschouwd op het criterium vlamdichtheid. Het criterium vlamdichtheid is bij een aantal typen scheidingsconstructies echter geen garantie voor een luchtdichte constructie waardoor er toch schadelijke rook wordt doorgelaten naar het naastgelegen compartiment.

Een voorbeeld hiervan zijn brandwerende deuren of doorvoeringen, deze hebben meestal actieve (expanderende) afdichtingsmiddelen die reageren op een temperatuurstijging bij een brand. Het opschuimen hiervan vindt vaak pas vanaf circa 200 graden Celsius plaats, de actieve afdichtingsmiddelen reageren dus niet of nauwelijks op (middelwarme) rook. Deze rook wordt daarom bij een brandscenario gedurende langere tijd ongehinderd door de naden gedrukt. Ondanks dat rook ongehinderd door de naad kan ontsnappen, wordt wel voldaan aan het criterium van vlamdichtheid. Er komen immers geen vlammen doorheen.

Als een brand zich verder ontwikkelt, worden de actieve afdichtingsmiddelen alsnog geactiveerd. Dan leveren ze wel een goede bijdrage aan de rookwerendheid. Brandtesten geven qua rookproductie vaak een ‘rustiger’ beeld na circa 10 tot 15 minuten testen. Een eis die gebaseerd is op het daadwerkelijk beperken van het doorlaten van rook (of luchtlekkage) van de constructie zou daarom ook logischer zijn.

Toekomstige wetgeving

De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. In deze wet zijn de regels met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland samengevoegd en versimpeld. Een onderdeel van de Omgevingswet is het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Dit besluit kan gezien worden als de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

In het huidige Bouwbesluit wordt voor rookwerendheid uitgegaan van de anderhalf-maal-regel: de rookwerendheid (in minuten) is anderhalf maal de vlamdichtheid (in minuten). Een constructie die 20 minuten vlamdicht is, heeft dan een rookwerendheid van 30 minuten. Deze aanname is niet realistisch en in het toekomstige Bbl geldt de anderhalf-maal-regel alleen nog voor bestaande bouw. Voor nieuwbouw wordt een realistische testmethode voorgeschreven. Het daadwerkelijke lekdebiet van een constructie moet bepaald worden door een test waarna op basis van dit lekdebiet een classificatie kan plaatsvinden.

De rookwerendheid van de geteste constructie wordt niet in minuten uitgedrukt, zoals wel het geval was met de anderhalf-maal-regel. De constructie kan na een succesvolle lekdichtheidstest worden geclassificeerd als Sa (rookwerend bij omgevingstemperatuur, ook wel koude rook) of S200 (rookwerend bij verhoogde temperatuur, ook wel middelwarme rook).

Proefopzet Europese norm EN 1634-3

Binnen het Europese systeem is een testnorm ontwikkeld die specifiek is opgesteld voor het testen van de luchtlekkage van deuren, luiken, te openen ramen en hang- en sluitwerk, de EN 1634-3. Hierbij wordt een drukverschil aangebracht over de deur. Deze deur wordt voorafgaand aan de test ingebouwd in een beproevingsframe. Dit frame wordt vervolgens voor de zogenaamde rookkast gehangen, deze rookkast is in feite een elektrisch verwarmde testkamer.

De meting wordt gedaan bij omgevingstemperatuur (20 °C; Sa) en/of verhoogde temperatuur (200 °C; S200). Vanaf één zijde wordt een overdruk gecreëerd. Vervolgens wordt het lekdebiet (de lekkage bij een bepaald drukverschil en een bepaalde temperatuur) gemeten. Per deur wordt twee keer gemeten. Allereerst wordt een meting gedaan waarbij de deur, bijvoorbeeld met tape, luchtdicht is afgeplakt. Het resultaat van deze meting is de lekkage van de kast en ondersteunende constructie. Vervolgens wordt een meting gedaan waarbij de tape is verwijderd. Het verschil tussen deze metingen is dan de lekkage van het proefstuk. Dit wordt gedaan bij een drukverschil van 10 Pa, 25 Pa en 50 Pa. Tijdens de meting wordt ook het fysieke gedrag van de deur, zoals kromtrekken, bekeken.

Proefopzet Nederlandse norm NEN 6075

In Nederland verwijst het toekomstige Bbl voor de eisen met betrekking tot weerstand tegen rookdoorgang (ook wel rookwerendheid) naar de Nederlandse NEN 6075. In deze Nederlandse norm wordt de EN 1634‑3 aangewezen als testnorm. Belangrijk is dat de NEN 6075 ook beschrijft hoe constructieonderdelen waar de EN 1634-3 oorspronkelijk niet voor geschreven is, toch getest en beoordeeld kunnen worden volgens deze norm. Voorbeelden hiervan zijn doorvoeringen en naden, waarvan in de NEN 6075 beschreven staat hoe deze getest kunnen worden en wat de maximale luchtlekkage mag zijn om de constructie als Sa of S200 te mogen beschouwen.

Resultaten en toepasbaarheid

De gemeten waarden worden getoetst aan de grenswaarden voor een classificatie. Voor deuren is dit de Europese EN 13501-2. Als de lekkage lager is dan de grenswaarden, kan de classificatie Sa of S200 worden afgegeven.

"De rookwerendheid Sa of S200 kan onder het nieuwe Bbl geëist worden"

De resultaten en classificatie volgens de Europese normen zijn geldig en bruikbaar in alle lidstaten van de Europese Unie en kunnen gebruikt worden bij de CE-markering van brand- en/of rookwerende deuren. Voor deze deuren is de geharmoniseerde productnorm EN 16034 beschikbaar. Met die norm in combinatie met EN 14351-1 is voor buitendeuren de CE‑markering sinds 1 november 2019 verplicht, voor binnendeuren is dat het geval zodra EN 14351‑2 vermeld is in OJEU.

Voor alle andere constructieonderdelen zijn in NEN 6075 de grenswaarden opgenomen. Aan de hand van deze grenswaarden kan dan bijvoorbeeld een type naad of doorvoering als Sa of S200 worden aangemerkt.

De rookwerendheid Sa of S200 kan onder het nieuwe Bbl geëist worden. Zo kan het Bbl voorschrijven dat de weerstand tegen rookdoorgang van het ene naar het andere subbrandcompartiment S200 moet zijn. In dat geval moeten alle constructieonderdelen tussen deze subbrandcompartimenten aan klasse S200 voldoen. Het gaat dan niet alleen om de deuren tussen deze compartimenten, maar ook om alle andere elementen die aanwezig zijn in de scheiding.

Pieter Imminkhuizen is projectleider rookwerendheid bij Peutz Laboratorium voor Brandveiligheid

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Brandveilig.com 2020, nummer 3.

Bron: Brandveilig.com 22-02-2021