Herzien overzicht harmonisatieafspraken inspectie brandbeveiliging

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft in oktober 2020 een herzien document met harmonisatieafspraken voor de inspectie van brandbeveiliging gepubliceerd. De eerste versie van het document dateert uit 2012. Samen met de inspectie-instellingen en de deskundigenpanels VBB-systemen, BMI-OAI en RBI is de inhoud gemoderniseerd. Wat vertelt het nieuwe document ons?

Een gebruiker van een gebouw is verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het pand. Bij brand gaat het om de veiligheid van personen, het beperken van materiële schade en de bedrijfscontinuïteit. Om er zeker van te zijn dat de brandbeveiliging aan de gestelde eisen blijft voldoen, moet de brandbeveiliging in veel gevallen periodiek worden geïnspecteerd volgens het Bouwbesluit of op grond van de verzekering. Hiertoe wordt door inspecteurs gebruikgemaakt van een inspectieschema.

Met inspectie volgens het schema stelt de inspecteur onafhankelijk vast of een brandbeveiligingssysteem in een bouwwerk overeenstemt met de algemene eisen. Deze eisen worden aangeduid als ‘afgeleide doelstellingen’ en zijn ontleend aan het voor het betreffende bouwwerk opgestelde basisontwerp. Beoordeeld worden de brandbeveiligingsinstallatie(s) en de daarmee samenhangende bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen, die gezamenlijk het brandbeveiligingssysteem vormen.

Bij het inspecteren van een brandbeveiligingssysteem (VBB, BMI, OAI, RBI) kan het gebeuren dat er een situatie is waar de normen of voorschriften niet in voorzien. Het is dan nodig om een algemeen geldige afspraak te maken voor de manier waarop dit wordt beoordeeld. Dit kan in de vorm van onder andere een harmonisatieafspraak.

Voorbeeld

Willem van Oppen, adviseur keurmerken bij het CCV, neemt de controle van de doormelding van een brandalarm als voorbeeld: “Sommige BMI’s melden verplicht door naar de meldkamer van de brandweer. Het inspectiecriterium is dat na telefonische mededeling van de centralist het bericht op een goede wijze is binnengekomen. Dus wat doet de inspecteur op locatie? Hij meldt aan de brandweermeldkamer dat hij een BMI aan het testen is, geeft een brandalarm en belt de centralist op om te vragen wat die op zijn scherm ziet. De centralist leest het vervolgens voor. Dit was de praktijk van de afgelopen twintig jaar. De brandweer heeft echter haar meldkamerorganisatie veranderd en aangegeven, in het kader van de Brandweerwet, dat het geen taak meer is om inspecteurs te woord te staan. Gevolg: een probleem bij de toepassing van dit inspectiepunt. De brandweer is echter wel bereid om een centraal digitaal ‘loket’ in te richten waar geautomatiseerd brandmeldingen binnenkomen. Het loket stuurt vervolgens via de digitale weg een ontvangstbevestiging naar de inspecteur. Hierover is nu een harmonisatieafspraak gemaakt. Krijgt de inspecteur de centralist niet aan de lijn, dan kan hij als alternatief gebruikmaken van de geautomatiseerde ontvangstbevestiging van het meldpunt van de brandweer waar de brandmelding naartoe is gestuurd.”

"Ik denk dat we brandbeveiligers er een plezier mee doen"

Er zijn situaties waarin harmonisatieafspraken niet zinvol zijn, of dat een dergelijke afspraak niet noodzakelijk is. Neem het voorbeeld van een draadloze stilalarm-ontruimingsinstallatie. Deze wordt bijvoorbeeld in de gezondheidszorg gebruikt. Willem van Oppen: “Verzorgenden met bedrijfshulpverleningstaken dragen een pieper waarop een eventueel alarm binnenkomt. Het alarm wordt draadloos verzonden. In het gebouw moet dus overal bereik zijn. Sommige inspectie-instellingen vonden dat de veldsterkte op bepaalde plekken gemeten moet worden, of de pieper op die plekken te bereiken is. Andere inspectie-instellingen gaven aan dat volgens het inspectieschema die meting niet vereist is. We moeten testen of er op een bepaalde plek bereik is. Dat kan ook door te kijken of op een afgelegen plek, bijvoorbeeld het terras, een testmelding op de pieper verschijnt.” Conclusie? Over veldsterktemeting is geen harmonisatieafspraak nodig. Inspecteurs kunnen door middel van een functionele test beoordelen of de stilalarm-ontruimingsinstallatie op dit punt doeltreffend is.

Interpretatieafspraken

Naast harmonisatieafspraken voor inspectie publiceert het CCV ook interpretatiebesluiten. Willem van Oppen: “Installateurs wilden graag de harmonisatieafspraken gebruiken. Maar dat kan niet. Ze moeten – zo staat in het certificatieschema – een BMI leveren conform de norm NEN 2535 of onderhouden conform de norm NEN 2654-1. In de normen zijn de eisen aan een BMI en het onderhoud geharmoniseerd. Soms zijn normbepalingen onduidelijk geformuleerd of onvoldoende specifiek om toe te kunnen passen. In die gevallen kunnen we in samenspraak met de belanghebbenden en in overleg met de normcommissie een interpretatie van zo’n normbepaling opstellen. Dat hebben we afgelopen jaar ook gedaan met een aantal harmonisatieafspraken. Vertegenwoordigers van installateurs en inspectie-instellingen hebben die ‘vertaald’ naar interpretatiebesluiten van NEN2535.”

Brandmelder

Een voorbeeld. Een brandmelder moet volgens de NEN 2535 op een minimale afstand van 50 centimeter uit de wand geprojecteerd worden. Stel: de gang is 90 centimeter breed. Dan lukt dit niet. Wat moeten installateurs dan doen? Willem van Oppen: “Inspectie-instellingen vinden het vooral belangrijk dat de melder tijdig de rook detecteert. Het gaat hen niet zozeer om die 50 centimeter. Daar was een harmonisatieafspraak voor. Om installateurs te helpen, hebben we voor dergelijke situaties nu een interpretatiebesluit 2020-03. Oftewel, in ruimtes kleiner dan 16 m2 kunnen melders geprojecteerd worden op minder dan 50 centimeter van de wand.”

Voor alle duidelijkheid, interpretatiebesluiten worden inhoudelijk afgestemd met vertegenwoordigers van de normcommissie. Het is immers de bedoeling dat deze besluiten uiteindelijk opgenomen worden in NEN 2535.

Nieuwe versies

De eerste versie van het document met harmonisatieafspraken dateert uit 2012. Voorheen werd er wel al gebruikgemaakt van zulke afspraken, maar die zaten in de achterzak van de inspecteur. Gebruikers wilden echter duidelijkheid. Dus werden de harmonisatieafspraken gebundeld. Maar inspectie, brandbeveiliging en kennis zijn niet statisch. Er ontstaan werkendeweg nieuwe inzichten, die ook weer nieuwe harmonisatieafspraken nodig maken. Of afspraken blijken achterhaald te zijn. Samen met de inspectie-instellingen en de deskundigenpanels VBB-systemen, BMI-OAI en RBI is de inhoud daarom door het CCV gemoderniseerd. In oktober 2020 is het  nieuwe document verschenen. Het zal in de toekomst periodiek aangevuld en zo nodig wederom verbeterd worden.

Willem van Oppen tot slot: “Het is goed dat er aandacht besteed wordt aan het document over de harmonisatieafspraken. Het is een belangrijk stuk waarvan ik denk dat we brandbeveiligers er een plezier mee doen.”

Bron: Brandveilig.com 26-04-2021