Verbeteren brandveiligheid bij ouderen

Veel partijen werken er hard aan om de overleefbaarheid bij brand te verbeteren. Vooral als het gaat om ouderen als extra kwetsbare doelgroep. Maar hoe komt het nu dat de statistieken bij brand niet verbeteren? Michaëla van Hulten, adviseur brandveiligheid,  waarschuwt voor een nieuw hoofdpijndossier.

Op het gebied van brandveiligheid vormen bewoners op leeftijd een risicogroep. Ze zijn vaker betrokken bij een brand in huis, raken vaker gewond, en wonen tot op steeds hogere leeftijd zelfstandig. Van de 90- tot 95-jarigen nog altijd 60 procent. Om deze groeiende groep te kunnen huisvesten, moeten er jaarlijks zo’n 44.000 levensloopbestendige woningen bijgebouwd worden.

Ouderen zien het brandgevaar niet

Ouderen in het bijzonder zijn een kwetsbare groep. Zo wordt een beginnende brand door hen minder snel opgemerkt vanwege gehoor-, zicht- en reukverlies. Ook voelen zij hitte minder snel en hebben ze eerder een ongeval door een afnemend coördinatievermogen, balans, inschattingsvermogen en fitheid. Ouderen kunnen daarnaast meestal niet zelf veilig en efficiënt een eerste bluspoging ondernemen.

Ouderen wonen ook vaker in een woning die niet (meer) geschikt voor ze is. In de woning is een grotere kans op achterstallig onderhoud, de bedrading en apparatuur voldoen niet meer, het staat er bomvol, er wordt verwarmd door kachels en ze koken zelf. Er zijn te weinig alternatieve woonmogelijkheden beschikbaar die vallen tussen ‘volledig zelfstandig’ en ‘wonen in een instelling’. Deze alternatieven zouden meer ontwikkeld en gebouwd moeten worden voor gebruikers met óf zonder hulpbehoefte.

Ten slotte is de brandveiligheid bínnen woningen de laatste jaren achteruitgegaan. Dit komt doordat meubilair en aankleding vaak uit meer brandbare stoffen bestaat dan vroeger. Ook produceren deze stoffen veel rook en giftige gassen. Dit strookt niet met het Stay In Place-concept uit het Bouwbesluit. Volgens dit concept blijf je bij voorkeur in je woning indien je naast de in brand staande woning woont: de vluchtwegen zijn er alleen om te gebruiken wanneer je echt je woning moet verlaten. Liever niet met z’n allen de gang op en om hulp roepen in een trappenhuis dat vol rook staat. Dat gaat de effectiviteit van een brandweerinzet niet bevorderen.

Hoe is de overleefbaarheid voor en door ouderen te verbeteren?

De beste bijdrage en de meeste impact heeft volgens het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) het positief beïnvloeden van het brandscenario, zo blijkt uit hun onderzoek. Maar is dat wel voldoende? En is het ook haalbaar om het brandscenario bij woningen voor senioren aan te passen?

Hoe minder brandbaar de inventaris is, hoe beter

Raakt de inventaris moeilijk in brand en verbrandt deze moeizaam? Dan heeft dit een groot positief effect op de rook- en rookgasontwikkeling. Neem bijvoorbeeld meubilair: hoe minder schuimkunststoffen en andere kunststoffen hierin zit, des te kleiner de kans dat de brand zich snel uitbreidt. En hoe beter de vluchtkansen zijn. Dit helpt dus direct om een brand te kunnen overleven.

Houd alle deuren gesloten

Ook moeten alle deuren worden gesloten en gesloten blijven, om zo ongewenste rookverspreiding en de toevoer van zuurstof naar de brandhaard te voorkomen. Dit laatste verkleint de kans op een flashover, ofwel dat de brand kan gaan smeulen. Natuurlijk kunnen warmte en rook nog wel wegstromen. Een gesloten deur geeft soms tot wel 15 minuten meer tijd om te vluchten, terwijl bij openstaande deuren binnen een minuut al een te hoog NO-gehalte is gemeten.

Hoe realistisch is verbeteren van het brandscenario?

Ouderen hebben vaak traditioneel meubilair waaraan ze gehecht zijn. Er valt bij dit meubilair lastig iets te zeggen over de brandbaarheid. Bovendien is moeilijk brandbaar meubilair duurder in aanschaf. Voor deuren geldt dat die soms zijn weggehaald, omdat de rollator er tegenaan komt. Of omdat ze het geluid van deurbel of intercom dan beter horen. Vanuit dit oogpunt bekeken, is de aanwezigheid van rookmelders een realistischer oplossing.

Goede toepassing van rookmelders is cruciaal

Het IFV heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van rookmelders in woningen. Hieruit blijkt dat ongeveer 50 procent van de jongvolwassenen en ouderen de rookmelder niet goed horen. Een goede effectiviteit van rookmelders (juiste geluidssterkte en in elke ruimte aanwezig en hoorbaar) draagt indirect zeker bij aan een grotere overlevingskans bij een woningbrand. Voor een snel alarm is ook de rookmelder nodig in de buurt van de keuken, want daar is de grootste kans op brand.

Anderen bepalen groot deel veiligheid

Het leunen op voorzieningen met aantoonbare mankementen, is in mijn ogen een farce. Ben je wat ouder? Dan wordt de kwestie of je een brand overleeft vooral bepaald door anderen. Je kunt zelf maatregelen nemen om je reactievermogen en zelfredzaamheid te verbeteren. Maar wat als de buurvrouw een pan op het vuur heeft laten staan, waardoor rookontwikkeling ontstaat die zich verspreidt naar de gang, naar andere woningen, het trappenhuis in? Ook ben je afhankelijk van de fysieke staat van het woongebouw: zijn er mankementen en wordt er onderhoud gepleegd. En dan is er nog de afhankelijkheid van de brandweer: zijn ze op tijd? En kunnen ze je redden?

Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid bij brand is het menselijk vermogen om signalen van gevaar waar te nemen en te interpreteren. En om beslissingen te nemen en uit te voeren die gericht zijn op het overleven van een brandsituatie. Wanneer je op zoveel punten afhankelijk bent van anderen, blijft er een klein gedeelte over waaraan je zelf wat kunt doen. Ga bij voorkeur wonen op de begane grond, zorg dat je je buren kent, en let een beetje op elkaar. Zorg op tijd voor een passende woning of voor hulp of hulpmiddelen. Wees niet eigenwijs, maar luister naar de woningbouwvereniging of familieleden. Kook, als het even kan, niet op gas.

Theorie en praktijk: twee verschillende zaken

Men zet nu in op voorlichting, het liefst aan de oudere bewoner gegeven door de verhuurder of brandweer. Want daar wordt naar geluisterd. Toch is het wel veel gevraagd om van een oudere te verwachten dat deze de juiste keuzes maakt bij een brand. In principe geldt: sluit bij rook alle deuren, ga in de hoek zitten die het verste weg is van de brand en bel de brandweer. Maar men vergeet dat de bewoner dan eerst moet bepalen of er veel of weinig rook is. En of er nog voldoende lucht is om goed te ademen. Is dat beide nog te overzien, dan moet de bewoner in de woning blijven. Maar of dit in de realiteit zo werkt? Ik denk dat je dan al twee keer overvallen bent door de (niet altijd zichtbare) rook.

Huidige eisen werken onvoldoende

In het rapport ‘Rookverspreiding in woongebouwen’ van het IFV (2020) zijn de resultaten gepresenteerd van praktijkexperimenten naar rookverspreiding, brandontwikkeling en overleefbaarheid in een woongebouw met inpandige gangen. De aanleiding was dat steeds meer woongebouwen geheel of gedeeltelijk worden ontruimd. Het is opvallend dat uit het rapport blijkt dat men binnen 20 minuten andere appartementen gealarmeerd moet hebben om te kunnen overleven bij rookverspreiding binnen een wooncomplex. En dit geldt voor elk gebouw, voor welke grootte dan ook. Als je daarover nadenkt, dan is de kans groot dat dit niet wordt gehaald.

Het Stay in Place-concept is alleen mogelijk als de rookproductie wordt beperkt

Vier belangrijke conclusies uit het rapport:

  1. De nieuwe eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn maar beperkt effectief en niet geschikt voor de (zeer) kwetsbare ouderen die minder zelfredzaam zijn. Een voorbeeld hiervan zijn zelfsluitende en rookwerende deuren. Het openen van de deur bij vluchten veroorzaakt namelijk al ongewenste rookverspreiding; niet getest maar wel verwacht is de overdruk die hierbij ‘helpt’.
  2. Deze voorzieningen om rookverspreiding tegen te gaan zijn alleen doeltreffend, als ook iets gedaan wordt aan de rookproductie van de bron van de brand. Dit gaat dan vooral om banken en matrassen.
  3. Een brandende bank leidt tot een dodelijke situatie in de desbetreffende woning en ook in andere woningen vanwege de rookverspreiding en hoge CO-concentraties die via naden en kieren en de geopende deur terechtkomen in gangen en trappenhuizen.
  4. Het Stay in Place-concept – dit wil zeggen bewoners in een niet-brandende woning laten blijven zitten en niet vluchten – is alleen mogelijk als de rookproductie sterk wordt beperkt.

Overheid is aan zet

Het is best vreemd dat bewoners in een wooncomplex normaliter niet worden geëvacueerd, tenzij het uit de hand loopt. Patiënten in een ziekenhuis of bewoners van een zorginstelling daarentegen wel, terwijl daar dezelfde brandscheidingen zijn als bij woonunits en appartementen. Bovendien is daar branddetectie en zijn er bedrijfshulpverleners aanwezig om de aanwezigen tijdig te kunnen evacueren. De rookverspreiding blijft toch hetzelfde?

Als je fool proof en fail safe wilt gaan wonen, denk dan aan een ontwerp waarbij levensloopbestendige woningen via de buitenlucht bereikbaar zijn. Denk na over de hoeveelheid verbindingen die een brand- en rookscheiding verzwakken. Of voeg woningsprinklers toe, al dan niet gehuurd via het persoonlijk budget via gemeenten.

Maar zolang de overheid de eisen voor rookwerendheid in de bouwregelgeving niet repareert, blijven de statistieken bij brand ongewijzigd. Ondanks verstandig advies van partijen als het IFV, stelt de overheid dat in onze bestaande brandveilige gebouwvoorraad ook levensloopbestendige woningen in wooncomplexen prima te realiseren moeten zijn. Oude wijn in nieuwe zakken: een nieuw hoofdpijndossier lijkt in de maak.

Michaëla van Hulten is adviseur brandveiligheid bij LPB Sight

Bekijk ook de video Gedragsbeïnvloeding bij ouderen

Bron: Brandveilig.com 13-09-2021

Auteur: Michaëla van Hulten is adviseur brandveiligheid bij LPB Sight

Thema's: Wetgeving en Vergunningen

Tags: Bouwbesluit 2012 Brandveiligheid Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL)