De schorsing van een kwaliteitsborger kan directe gevolgen hebben voor een lopend bouwproject. Werkzaamheden kunnen stil komen te liggen, met vertraging en mogelijk extra kosten tot gevolg. Wie is daarvoor verantwoordelijk: de aannemer of de opdrachtgever? We leggen uit wat een schorsing betekent en waar je als aannemer op moet letten.
Onder de Wkb neemt een onafhankelijke kwaliteitsborger de toetsing van een bouwplan aan vigerende regelgeving over van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag blijft evenwel verantwoordelijk voor de handhaving, c.q. de toestemming tot ingebruikname van het bouwwerk. Voor een adequate handhaving is het bevoegd gezag (mede) sterk afhankelijk van de kwaliteit van het Dossier Bevoegd Gezag (DBG), dat de initiatiefnemer van een bouwproject onder de Wkb dient in te dienen bij de zogenaamde ‘gereedmelding’. Maar de Wkb-praktijk-tot-nu-toe leert dat het DBG vaak te laat komt: het bouwwerk is al in gebruik genomen vóórdat het bevoegd gezag daar formeel toestemming kan geven. Daarnaast blijkt dat de inhoud van ingediende DBG’s vaak zodanig onvolledig is, dat adequate handhaving zeer wordt bemoeilijkt.
Wat is de rol bevoegd gezag bij een bouwmelding in uitvoering nadat de kwaliteitsborger op die melding is geschorst. Die vraag werd de afgelopen dagen veel gevraagd. In dit artikel proberen wij zo goed als mogelijk de rol van het bevoegd gezag in zo'n situatie uit te leggen.