Advies minimaal noodzakelijke inhoud Dossier Bevoegd Gezag

Onder de Wkb neemt een onafhankelijke kwaliteitsborger de toetsing van een bouwplan aan vigerende regelgeving over van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag blijft evenwel verantwoordelijk voor de handhaving, c.q. de toestemming tot ingebruikname van het bouwwerk. Voor een adequate handhaving is het bevoegd gezag (mede) sterk afhankelijk van de kwaliteit van het Dossier Bevoegd Gezag (DBG), dat de initiatiefnemer van een bouwproject onder de Wkb dient in te dienen bij de zogenaamde ‘gereedmelding’. Maar de Wkb-praktijk-tot-nu-toe leert dat het DBG vaak te laat komt: het bouwwerk is al in gebruik genomen vóórdat het bevoegd gezag daar formeel toestemming kan geven. Daarnaast blijkt dat de inhoud van ingediende DBG’s vaak zodanig onvolledig is, dat adequate handhaving zeer wordt bemoeilijkt.

De KPCV Taakgroep Wkb heeft een advies opgesteld,  een handreiking om het bevoegd gezag in staat te stellen om haar handhavingstaak in ieder geval op het gebied van de constructieve veiligheid goed te kunnen invullen. Het advies bevat – in hoofdlijnen – de volgende adviezen:

  • Geef de initiatiefnemer bij de bouwmelding een checklist mee van welke informatie straks bij de gereedmelding minimaal over constructies in het DBG aanwezig moet zijn;
  • Sluit aan bij hetgeen het ministerie VRO en het COBc daarover aangeven (de Taakgroep geeft een uitgebreide voorzet);
  • Weiger de gereedmelding wanneer de inhoud van het DBG onvolledig is.

Zie voor het volledige advies en de achtergronden daarvan het document “De minimaal noodzakelijke inhoud van het Dossier Bevoegd Gezag onder de Wkb”.

 

Bron: KPCV 01-09-2026