WKb: bent u er klaar voor?

Ook de NEN heeft een duidelijk artikel geplaatst over de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
Hieronder vindt u dit artikel

Op 1 januari 2024 zijn dan eindelijk de al diverse malen uitgestelde Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Met de Wkb wordt de consument beter beschermd. Enerzijds doordat de kwaliteitsborger het bouwplan toetst op risico’s en op de bouwplaats en na afronding controleert of het werk aan alle wettelijke bouwvoorschriften voldoet. Daarnaast worden bouwers meer aansprakelijk voor de kwaliteit van hun bouwwerken. 

De Omgevingswet bundelt en moderniseert de huidige wetten: van 26 verschillende wetten naar één wet, van 60 Algemene Maatregelen van Bestuur naar vier en van 75 ministeriële regelingen naar één Omgevingsregeling. Daarnaast zorgt de wet voor één digitaal loket. Dat maakt het makkelijker vergunningen aan te vragen en maakt het sneller inzichtelijk welke regelgeving wanneer van toepassing is. De wet voorziet in randvoorwaarden om als één overheid te acteren en biedt instrumenten om (landelijke) regie te voeren.

Het Omgevingsloket is een website. Hier zien initiatiefnemers – zoals aannemers, ondernemers, overheden en omwonenden – snel wat er mag in de leefomgeving. En kunnen ze bijvoorbeeld meteen een vergunning aanvragen. Op www.iplo.nl kun je alle informatie vinden over het Omgevingsloket.

Overgang regels

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels vanuit Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 overgegaan naar respectievelijk het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger Bouwbesluit), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling. 

Gevolgen voor bouwbedrijven

Wat blijft?

  • Aanvraag omgevingsvergunning, maar dan voor ‘omgevingsplanactiviteit’. In de Omgevingswet worden bouwprojecten namelijk opgeknipt in een omgevingsplanactiviteit en technisch bouwactiviteit (voldoen aan bouwtechnische regels vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), opvolger Bouwbesluit). Een omgevingsplanactiviteit wordt getoetst aan het omgevingsplan (opvolger bestemmingsplan). De omgevingsplanactiviteit gaat bijvoorbeeld over functietoedeling, bouwhoogte, bebouwingspercentage en welstand. De gemeente stelt deze regels. 
  • Ontwerpen en bouwen volgens Bbl.

Wat vervalt?

  • Indienen vergunningsgereed ontwerp bij gemeente. 
  • Toetsing en toezicht nieuwbouw door gemeente. Wel blijft de gemeente toezicht houden op de bestaande bouw en ook toezicht op het gebied van welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid!

Wat komt erbij?

  • Toetsing en inspectie door kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger toetst de technische bouwactiviteit van een project aan de bouwtechnische regels vanuit het Bbl. Een bouwactiviteit moet voldoen aan bijvoorbeeld regels over constructieve veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid en aanwezigheid van bepaalde installaties.
  • Informatie aanleveren aan kwaliteitsborger, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan bouwregelgeving.
  • De aannemer moet bij oplevering een consumentendossier aan de consument/opdrachtgever overhandigen. Hierin staat informatie over wat er gebouwd is en kan de opdrachtgever nagaan of hij/zij ook datgene heeft gekregen wat is afgesproken. Daarnaast krijgt de opdrachtgever informatie over hoe om te gaan met de installaties die in het werk aanwezig zijn en de wijze waarop deze installaties en overige onderdelen van de bouw onderhouden moeten worden.

Wat verandert er nog meer?

  • Bij aanneming van bouwwerken is (en blijft) de aannemer na inwerkingtreding van de Wkb aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Hiervan kan niet ten nadele van de particuliere opdrachtgever worden afgeweken. In andere gevallen kan hier alleen van worden afgeweken indien dit contractueel is overeengekomen.
  • De uitspraak over het voldoen aan de bouwregelgeving verschuift van ontwerp naar gereed product. Er is een opleveringsverklaring nodig van de kwaliteitsborger voor gereedmelding bij de gemeente en ingebruikname van het gebouw.
  • De 5%-regeling voor de woningbouw gaat veranderen. Het komt neer op vrijgave van de laatste 5% op expliciet aangeven van de consument/opdrachtgever. De bouwer moet daarom het moment van oplevering duidelijk communiceren aan de consument/opdrachtgever.
  • De aannemer heeft bij woningbouw een informatieplicht en moet de consument/opdrachtgever informeren over de wijze van verzekeren voor gebreken en afbouw.

Wat zijn Gevolgklassen?

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wordt als eerste ingevoerd voor bouwactiviteiten die vallen in gevolgklasse 1 (laag risico). Het streven is nu, dat na vijf jaar het stelsel van de Wkb wordt uitgebreid naar overige gevolgklassen 2 en 3. Maar wat houden die gevolgklassen eigenblijk in?

Gevolgklasse 1: wat valt hieronder?

Bouwen en verbouwen van de volgende gebruiksfuncties valt volgens artikel 2.17 van het Bbl onder gevolgklasse 1:

  1. een niet in een woongebouw gelegen grondgebonden woonfunctie, niet zijnde een woonfunctie voor zorg of een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, en nevenfuncties daarvan; 
  2. een woonfunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk een drijvend bouwwerk betreft; 
  3. een niet in een logiesgebouw gelegen grondgebonden logiesfunctie; 
  4. een industriefunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk uit niet meer dan twee bouwlagen bestaat; 
  5. een industriefunctie als nevengebruiksfunctie van een andere gebruiksfunctie, voor zover gelegen in een bijbehorend bouwwerk van niet meer dan twee bouwlagen; 
  6. een bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde voor een infrastructurele voorziening bestemd voor langzaam verkeer, voor zover niet gelegen over een rijks- of provinciale weg en met een te overbruggen afstand van niet meer dan 20 meter; of 
  7. een ander bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde dat niet hoger is dan 20 meter, met uitzondering van een infrastructurele voorzieningen bestemd voor verkeer anders dan bedoeld onder f en bouwwerken met een waterkerende functie.

Er zijn ook enkele uitzonderingen. Een bouwactiviteit van niet onder gevolgklasse 1 als:

  • Het een monument betreft.
  • Voor het gebruik een melding brandveilig gebruik nodig is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een industriefunctie met meer dan 150 werkplekken.
  • Voor het gebruik een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit nodig is.
  • De constructieve veiligheid of de brandveiligheid via een gelijkwaardige oplossing is opgelost of voor de omvang van de brandcompartimenten gebruik gemaakt is van de rekenregels voor grote brandcompartimenten (NEN 6060 / NEN 6079).

Bouwsector

Dit betekent dat voor de bouwsector – vrij vertaald - grondgebonden eengezinswoningen, waterwoningen, grondgebonden logeergebouwen (vakantiehuizen en dergelijke) en bedrijfsgebouwen van maximaal twee bouwlagen onder gevolgklasse 1 vallen. 

Infrasector

In de infrasector vallen fiets- en voetgangersbruggen met een maximale overspanning van 20 meter en niet gelegen boven een rijks- of provinciale weg, onder gevolgklasse 1. Dat geldt ook voor GSM-masten, keermuren, nutsbouwwerken, reclamezuilen, windmolens, duikers, leidingstelsels en dergelijke, die niet hoger zijn dan 20 meter. Een groot deel van deze bouwwerken is echter, net als nu, vergunningsvrij. Voorbeelden zijn een ondergronds buis- en leidingstelsel (duiker), bouwwerken ten behoeve van verkeersgeleiding of tijdelijke constructies bij bouwprojecten, zoals een damwand. Voor deze bouwwerken hoeft straks ook geen kwaliteitsborger ingeschakeld te worden.

Gevolgklasse 2 en 3

Bouwen en verbouwen van de volgende gebruiksfuncties valt volgens artikel 2.17 van het Bbl onder gevolgklasse 1:

De exacte beschrijving van gevolgklassen 2 en 3 is nog niet definitief. Deze gevolgklassen blijven vooralsnog het reguliere publieke traject volgen van vergunningverlening, toezicht en handhaving van bevoegd gezag. Globaal kunnen we wel zeggen:

  • Gevolgklasse 2. Kans op maatschappelijke of persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hierbij valt te denken aan bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen, woongebouwen tot 70 meter hoogte.
  • Gevolgklasse 3. Kans op aanzienlijke maatschappelijke of persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Denk aan metrostations, ziekenhuizen, sporthallen, stadions en gebouwen hoger dan 70 meter.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de Omgevingswet? Ga naar: Omgevingswet | Rijksoverheid.nl

 

Bron: NEN 25-01-2024